


EU-Hof: verrekenprijsaanpassing binnen de groep vormt geen btw-belaste dienst
Het Hof van Justitie ("HvJ") van de Europese Unie heeft geoordeeld dat aanpassingen van verrekenprijzen binnen een concern niet automatisch als een btw-belaste prestatie worden aangemerkt.
Casus
De uitspraak vloeit voort uit een geschil tussen Stellantis Portugal ("Stellantis") en de Portugese belasting- en douanedienst. General Motors Portugal ("GMP"), de rechtsvoorganger van Stellantis, trad op als nationale distributeur in Portugal. In die hoedanigheid kocht zij motorvoertuigen van in de EU gevestigde fabrikanten ("OEM's") binnen de General Motors-groep, en verkocht deze door aan onafhankelijke dealers in Portugal, die de voertuigen op hun beurt aan eindafnemers verkochten.
De inkoopprijzen van Stellantis werden bepaald op basis van het transfer pricing-beleid en de groepsovereenkomst uit 2004. Hierbij werd rekening gehouden met de externe verkoopprijs, de distributiekosten en een vooraf bepaalde winstmarge. De initiële prijs per referentieperiode werd vastgesteld op basis van verwachte verkoopprijzen.
Aan het einde van elke referentieperiode werden de verrekenprijzen (positief of negatief) aangepast om de werkelijke winstmarge van GMP in overeenstemming te brengen met de vooraf bepaalde marge. Deze aanpassing vond plaats via een credit- of debetnota van de OEM's (fabrikanten) aan GMP. Bij de berekening werden niet alleen reparatiekosten meegenomen, maar ook exploitatiekosten van GMP, zoals personeelskosten, elektriciteit en marketing.
Reparatiekosten namen een belangrijke plaats in binnen de kostenstructuur van Stellantis. Wanneer voertuigen werden gerepareerd, brachten de dealers de daarmee gemoeide kosten, verhoogd met de toepasselijke Portugese btw, in rekening bij Stellantis. Deze reparatiekosten werden door Stellantis, tezamen met andere kostenposten, opgenomen in periodieke rapportages die aan de betrokken OEM's (fabrikanten) werden verstrekt. De daarin weergegeven financiële gegevens dienden vervolgens voor de vaststelling van de onderlinge verrekenprijzen.
Zowel Stellantis als de fabrikanten waren van mening dat de transfer pricing-correcties geen betrekking hadden op een zelfstandig te onderscheiden prestatie. In hun optiek dienden de correcties louter om de initiële interne verkoopprijs, waartegen de fabrikanten de voertuigen destijds aan Stellantis hadden geleverd, achteraf bij te stellen. Het enige oogmerk was ervoor te zorgen dat de daadwerkelijk behaalde winstmarge overeenstemde met de marge die contractueel was afgesproken. De financiële verwerking van deze bijstellingen vond plaats door middel van credit- of debetnota's.
Standpunt Portugese Belastingdienst
De Portugese belastingdienst nam het standpunt in dat GMP een reparatiediensten had verricht aan de OEM's en legde een naheffing op van ruim € 1,5 miljoen aan btw. Het "doorzetten" van deze reparatiekosten naar de fabrikanten moet volgens de Portugese belastingdienst worden aangemerkt als een vergoeding voor een door Stellantis aan de OEM's verrichte reparatiedienst. Over deze veronderstelde dienst zou (in de voor deze zaak relevante jaren) Portugese btw verschuldigd zijn geweest.
Oordeel HvJ
Naar het oordeel van het HvJ kan een verrekenprijsaanpassing alleen als tegenprestatie voor een belastbare prestatie worden aangemerkt indien partijen zijn gebonden door een rechtsbetrekking met wederzijdse verplichtingen, op grond waarvan een rechtstreeks verband bestaat tussen de verrichte prestatie en de ontvangen vergoeding.
Daarvan was in deze zaak volgens het HvJ geen sprake: de groepsovereenkomst van 2004 strekte ertoe de verrekenprijzen te bepalen en GMP een gegarandeerde winstmarge te verzekeren. In de berekeningen voor de prijsaanpassingen werden ook de exploitatiekosten van GMP betrokken. Daarbovenop bevatte de overeenkomst geen verplichting tot het verrichten van reparatiediensten. Er was dus geen rechtstreeks verband tussen reparatiediensten en de prijsaanpassingen.
Evenmin kon worden geconcludeerd dat Stellantis op eigen naam en voor rekening van de groepsfabrikanten was tussengekomen bij de reparaties die de Portugese dealers aan die fabrikanten hadden verricht. Een commissionair situatie, waarbij Stellantis de door de dealers gefactureerde reparatiekosten als het ware zou hebben doorgezet aan de OEM's, deed zich daarmee ook niet voor.
Het HvJ verwierp hiermee het standpunt van de Portugese belastingdienst dat de transfer pricing-correcties als vergoeding voor een afzonderlijke reparatiedienst van Stellantis aan de OEM's moeten worden gekwalificeerd. Wel dient er rekening mee te worden gehouden dat de aan orde zijnde aanpassingen van invloed kunnen zijn en een wijziging achteraf kunnen vormen van de door GMP bij de aankoop van de voertuigen betaalde prijs. De gevolgen hiervan dienen echter te worden beoordeeld door de nationale Portugese rechter.
Belang voor de praktijk
Uit deze uitspraak blijkt wederom dat er bij transfer pricing-correcties rekening moet worden gehouden met de juiste btw-kwalificatie. Hierbij is het de vraag of een transfer pricing-correctie kwalificeert als btw-belaste prestatie of zo niet, mogelijk invloed heeft op bijvoorbeeld oorspronkelijke aankoopprijzen.
Deze kwalificatie kan in de praktijk lastig zijn en extra administratieve verplichtingen met zich mee brengen. Zo dient per transfer pricing-correcties te worden beoordeeld waar deze betrekking op heeft en of de prijsaanpassingen in rechtstreeks verband staan met een verrichte prestatie. De uitkomst van deze beoordeling heeft dan mogelijk tot gevolg dat er credit- of debetnota’s moeten worden opgesteld waardoor er dan weer aanpassingen moeten worden gemaakt in relevante btw-aangiften en listings.
Op basis van deze uitspraak adviseren wij je om bestaande transfer pricing-afspraken en de documentatie kritisch te beoordelen op de btw-gevolgen die aan die afspraken verbonden zijn. Neem hiervoor contact op met ons btw-team of jouw eigen adviseur.
