HVK Stevens
Bright canteen large windows large hvk stevens
Wilbert van Vliet - HVK Stevens
Remco Keij - HVK Stevens

Kamerbrief: meer duidelijkheid over ANBI-regeling

Op 1 juni 2026 heeft staatssecretaris Eerenberg van Financiën een Kamerbrief gestuurd over mogelijke verbeteringen in de ANBI-regelingen. In dat kader gaat hij nadrukkelijk in op steun aan niet-ANBI’s, het minimumaantal bestuurders, NSW-landgoederen in een ANBI en de verplichtingen voor voormalige ANBI's. In verband met dit laatste wordt een bestedingsverplichting geïntroduceerd. 

In deze nieuwsbrief lichten wij de voor de praktijk meest relevante onderdelen toe.

Duidelijkheid over steun aan niet-ANBI's: een welkome stap

De afgelopen jaren is steeds meer onduidelijkheid ontstaan over steun aan niet-ANBI’s. In de praktijk merkten wij dat de Belastingdienst soms het standpunt innam dat steun aan niet-ANBI’s niet zou zijn toegestaan, en wanneer dit wel werd toegestaan, dit geen langdurige steun mocht zijn. Dit leidde ertoe dat ANBI’s die een niet-ANBI steunden, zelfs te maken kregen met intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht. De Belastingdienst liet zich niet altijd overtuigen dat desondanks sprake was van het dienen van het algemeen nut. Wij hebben hierover zelfs procedures moeten voeren bij de rechter. Uiteindelijk trok de Belastingdienst eerder dit jaar in een dergelijke zaak haar hoger beroep in, waarmee de instelling in het gelijk werd gesteld.

De brief van de staatssecretaris brengt op dit punt definitief helderheid: “Het is ANBI's in beginsel toegestaan om hun algemeen nuttige doelstelling in samenwerking met of via andere (buitenlandse) instellingen te verwezenlijken.”

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen instellingen.

De eerste categorie betreft de zogeheten steunstichting, zoals een 'Vrienden van'-stichting. Dergelijke steunstichtingen hebben als doelstelling om een andere instelling financieel te ondersteunen. In de ANBI-regeling is dit als algemeen nuttig aangemerkt, op voorwaarde dat de ontvangende instelling de ANBI-status heeft. Deze regel was op zichzelf al bekend, maar leverde juist knelpunten op. Wat nu als de ontvangende instelling niet de ANBI-status heeft?

Ook daar gaat de staatssecretaris op in. Instellingen die een eigen algemeen nuttige doelstelling nastreven, mogen financiële ondersteuning bieden aan andere instellingen zonder ANBI-status, mits zij aannemelijk kunnen maken dat de gelden worden besteed in lijn met die algemeen nuttige doelstelling. Als een ANBI gelden besteedt voor een algemeen nuttig project of een algemeen nuttige activiteit van een andere instelling en erop toeziet dat de gelden daadwerkelijk hieraan worden besteed, zal over het algemeen aan deze bewijslast zijn voldaan. Dat geldt ook wanneer dat project of die activiteit een langere looptijd kent.

Dit laatste is een belangrijke toezegging. In de praktijk bestond bij veel ANBI's die buitenlandse zusterorganisaties of partnerorganisaties ondersteunen onduidelijkheid over de vraag of die steun projectmatig moet zijn of ook structureel van aard kan zijn. De staatssecretaris maakt nu helder dat langetermijnsteun in beginsel ook is toegestaan, mits de bestedingscontrole op orde is. Dit is een welkome uitleg voor ANBI's die internationaal actief zijn.

De staatssecretaris heeft aangegeven dat de Belastingdienst zal bezien of het mogelijk is om de praktijk handvatten te bieden door enkele omstandigheden aan te geven die van belang kunnen zijn bij de beoordeling. Wij verwelkomen dit voornemen. Een dergelijk kader zal de rechtszekerheid voor internationaal werkende ANBI’s hopelijk aanzienlijk verbeteren.

Bestedingsverplichting voor voormalige ANBI's: invoering per 1 januari 2029

De Kamerbrief gaat uitgebreid in op de verplichtingen voor voormalige ANBI's. Onder de huidige regeling geldt voor voormalige ANBI's met een ANBI-vermogen van € 25.000 of meer een informatieverplichting, maar uit de evaluatie is gebleken dat deze niet altijd een effectief middel is om te waarborgen dat het ANBI-vermogen daadwerkelijk algemeen nuttig wordt besteed. Het vermogen kan aan een niet algemeen nuttig doel worden besteed of onbeperkt lang in de voormalige ANBI blijven zitten. Tegen die achtergrond heeft de staatssecretaris een bestedingsverplichting verkend.

De bestedingsverplichting beoogt te bewerkstelligen dat de voormalige ANBI het ANBI-vermogen binnen een afzienbare periode aan een algemeen nuttige doelstelling besteedt, hetzij door eigen besteding, hetzij door uitkering aan een andere ANBI.

Een periode van twee jaar lijkt de staatssecretaris redelijk. Hij stelt voor de bestedingsverplichting op te nemen in de Uitvoeringsregeling AWR met als ingangsdatum 1 januari 2029.

Concreet betekent dit dat voormalige ANBI's na intrekking van hun status twee jaar de tijd krijgen om het nog aanwezige ANBI-vermogen algemeen nuttig te besteden of over te dragen aan een andere ANBI. Doen zij dit niet, dan kan de Belastingdienst een bestuurlijke boete opleggen.

Wij kunnen op zichzelf wel begrip opbrengen voor een bestedingsverplichting. Tegelijk maken wij ook een paar kanttekeningen:

  1. Vermogen dat reeds aanwezig was vóór het verkrijgen van de ANBI-status heeft nooit van ANBI-fiscale faciliteiten geprofiteerd en zou naar onze mening buiten de reikwijdte van de bestedingsverplichting moeten vallen. Hetzelfde geldt voor vermogen dat gedurende de ANBI-periode is verkregen maar ook zonder ANBI-status niet aan schenk- of erfbelasting onderworpen zou zijn geweest, bijvoorbeeld schenkingen afkomstig van in het buitenland gevestigde schenkers. Wij roepen de staatssecretaris dan ook op om bij de nadere uitwerking in de Uitvoeringsregeling AWR een adequaat onderscheid te maken naar de herkomst van het vermogen, zodat de verplichting niet verder reikt dan haar rechtvaardiging. 
  2. De periode van twee jaar wordt nu gerekend vanaf de datum van de beschikking. Dit is onterecht in het geval dat de ANBI in bezwaar of beroep gaat. De termijn van twee jaar zou daarom pas moeten aanvangen na de datum waarop de beschikking onherroepelijk vaststaat, dan wel na de finale uitspraak in bezwaar of beroep.
  3. Het is mogelijk dat er instellingen zijn die grote moeite hebben om hun middelen uit te keren binnen 2 jaar, bijvoorbeeld omdat hun statutaire doelstelling erg strikt is. Ook kan het zijn dat zij belemmerd worden om uit te keren, doordat sprake is van stamvermogen zonder interingsmogelijkheid. Voor die instellingen kan het bezwaarlijk zijn reeds binnen 2 jaar uit te keren en moeten passender maatregelen worden gezocht.
  4. Een aandachtspunt is de schenkbelasting bij schenkingen na de intrekking van de ANBI-status (binnen de tweejaarstermijn) aan niet-ANBI’s.
  5. Wij missen ook aandacht voor instellingen die zich na hun intrekking verbeteren en opnieuw (terecht) de ANBI-status verkrijgen. Voor hen is afbouw van ANBI vermogen binnen 2 jaar onnodig.

De staatssecretaris heeft daarnaast een mogelijke fiscale eindheffing bij verlies van de ANBI-status verkend, maar concludeert dat de invoering daarvan zeer complex is en kiest ervoor deze niet verder uit te werken. Wij vinden het een goede zaak dat dit niet wordt ingevoerd.

Bestuur

De staatssecretaris stelt voor om het beschikkingsmachtcriterium niet aan te passen. De laatste tijd gingen er geluiden op om dat wel te doen, bijvoorbeeld in familieverhoudingen. Ook is eraan gedacht om de eis in te voeren dat een ANBI tenminste 3 bestuurders zou moeten hebben. Voor nu is dit van de baan, omdat het niet effectief wordt geacht. Dit is dus goed nieuws voor familie-ANBI’s.

Tot slot

De Kamerbrief bevat op een aantal punten positieve ontwikkelingen voor de filantropiepraktijk. De verduidelijking over steun aan niet-ANBI's, inclusief de bevestiging dat langetermijnsteun is toegestaan, is een welkome en praktische uitleg. De bestedingsverplichting voor ex-ANBI’s is wel een belangrijk aandachtspunt. In de brief staat ook dat het kabinet later zal ingaan op NSW-landgoederen, steward ownership en geven uit de vennootschap.

Wij blijven de ontwikkelingen op de voet volgen en zullen je informeren zodra er meer duidelijkheid is, in het bijzonder over de vraag hoe in de definitieve regeling wordt omgegaan met de afbakening van het te besteden ANBI-vermogen.

Heb je vragen over de gevolgen van deze ontwikkelingen voor jouw instelling? Neem dan contact op met een van onze ANBI experts.

Contact

Meer inzichten

BTW

,

Transfer Pricing

EU-Hof: verrekenprijsaanpassing binnen de groep vormt geen btw-belaste dienst
Lees verder

ANBI

Steunt jouw ANBI een organisatie zonder ANBI-status? Let op de fiscale eisen
Lees verder

Corporate Business

Internetconsultatie gestart: nieuwe fiscale regeling voor startups en scale-ups
Lees verder
Kamerbrief-meer-duidelijkheid-over-ANBI-regeling